Direct van de printer af zie je bij FDM-onderdelen altijd de laaglijnen: fijne horizontale ribbels die ontstaan doordat het model laag voor laag is opgebouwd. Voor veel functionele onderdelen maakt dat niets uit, maar bij een zichtbaar of aanraakbaar oppervlak wil je dat vaak wegwerken.
Schuren is de eenvoudigste stap, van grof naar fijn korrel, eventueel gevolgd door een vulprimer die kleine oneffenheden dichttrekt voor het spuiten of lakken. Voor ABS is dampafwerking (aceton) een optie voor een glad, glanzend oppervlak, al verandert dat wel iets aan de wanddikte en precisie.
Voor onderdelen die vaak losgeschroefd worden, is een gedrukte schroefdraad in kunststof niet duurzaam genoeg. Wij zetten dan warme metalen draadinzetten (heat-set inserts) in het print: die smelten met een soldeerbout in het materiaal en geven een sterke, herbruikbare schroefverbinding.
Grotere onderdelen printen we soms in delen en lijmen we daarna in elkaar, met een naad die nauwelijks zichtbaar is. Dat maakt het ook mogelijk om printbedgrootte te omzeilen voor objecten die eigenlijk te groot zijn voor de printer.
Niet elk onderdeel heeft nabewerking nodig: een montagemal of interne beugel hoeft er niet mooi uit te zien, alleen te functioneren. We bespreken vooraf wat het onderdeel moet doen en waar het te zien is, en werken alleen na wat daadwerkelijk nodig is.
